Verhaal

 Jeremia 38:1-13 – In de put

Zie je die vier mannen naar het paleis toe lopen? Het zijn belangrijke leiders van de stad Jeruzalem. Ze zijn heel boos op Jeremia. Jeremia is een profeet van God. Hij vertelt de mensen wat God tegen ze wil zeggen, maar dat willen deze mannen helemaal niet horen. Ze lopen de troonzaal binnen.

Op de troon zit Sedekia, de koning van Juda. ‘Koning,’ zeggen de mannen, ‘Jeremia zegt dat we moeten stoppen met onze plannetjes. Hij zegt tegen de mensen dat ze niet in opstand moeten komen tegen Babylonië. Maar de mensen in het land Babylonië zijn onze vijand! Jeremia zorgt ervoor dat mensen de moed opgeven. Dat is heel slecht voor onze stad. Jeremia moet dood!’ Koning Sedekia denkt aan alle keren dat hij met Jeremia heeft gepraat. Hij denkt aan alle keren dat Jeremia hem goed advies heeft gegeven. Maar toch durft de koning niet tegen de vier boze mannen in te gaan. ‘Doen jullie maar met Jeremia wat jullie willen,’ zegt hij. In de stad vertelt Jeremia de mensen intussen nog steeds wat God wil. Jeremia wil de mensen helemaal geen kwaad doen. Hij probeert ze juist te redden! Want Jeremia weet wat er gaat gebeuren. Dat heeft God hem verteld. ‘Mensen, jullie moeten snel wegvluchten. Jullie moeten niet in opstand komen. De soldaten uit Babylonië gaan de hele stad kapot maken. Ga snel weg uit Jeruzalem. Als jullie willen blijven leven, moeten jullie juist naar Babylonië gaan.’ Maar dan kan Jeremia niet meer verder praten. De vier boze mannen zijn terug uit het paleis en ze sleuren hem mee. ‘Stil jij!’ roepen ze. Ze brengen hem naar een diepe put en daar laten ze hem in zakken. De put zit vol modder. Jeremia zakt er steeds verder in weg, maar niemand durft hem te helpen. Iedereen is bang voor de leiders van Jeruzalem. Iedereen? Nee, toch niet. Eén iemand is niet bang, en dat is Ebed-Melech. Hij is een slaaf uit een ander land, Nubië. Niemand vindt hem belangrijk. Hij moet voor andere mensen werken en precies doen wat zij zeggen, maar toch is deze slaaf níet bang. Als Ebed-Melech hoort dat Jeremia in een put zit, gaat hij meteen naar de koning toe. ‘Koning Sedekia,’ smeekt Ebed- Melech. ‘Alstublieft, haal Jeremia uit de put!’ Ondertussen zit Jeremia nog steeds in de put. Hij zakt steeds dieper de modder in. Dat was het dan, denkt Jeremia, het komt niet meer goed. Maar wat hoort hij nu? Hij hoort geroep in de verte. Er komen mannen aan. Het zijn er wel dertig. De mannen kijken over de rand van de put. Ebed-Melech is er ook bij. ‘Jeremia!’ roept Ebed-Melech. ‘Bind deze lappen stof onder je armen. Dan doen deze touwen je geen pijn. Want met deze touwen gaan we jou uit de put trekken!’ Jeremia kijkt verbaasd omhoog. Hij knoopt de lappen stof en de touwen onder zijn armen. Heel voorzichtig tillen Ebed-Melech en zijn mannen Jeremia uit de put. Jeremia ziet er heel vies uit. Hij zit bijna van top tot teen onder de modder, maar het kan hem niks schelen. Hij is zo blij! Want dankzij Ebed-Melech is hij weer vrij. Jeremia kan de mensen nu weer vertellen wat God wil!

Vragen:

- Ben jij weleens ergens in gevallen of heb je weleens vastgezeten waar je niet zelf uit kon komen? Wat was er gebeurd? Wie hielp(en) jou om eruit te komen?
- Waarom willen de vier boze mannen Jeremia in een put laten gooien?
- Hoe lukt het de vier boze mannen om Jeremia in de put te krijgen?
- Wie wil juist niet dat Jeremia in de put zit?
- Hoe zorgt hij ervoor dat Jeremia weer uit de put mag?
- Hoe wordt Jeremia uit de diepe put gehaald?

Verwerking

reuze kleurplaat: knip de 4 kleurplaten langs de zwarte lijn uit en leg ze aan elkaar tot één reuze kleurplaat.