debby
Verhaal – Daniël 1:1-20 – Daniël in Babel
Wij willen groente
Het is oorlog in Israël. De sterke soldaten van koning Nebukadnessar komen naar Israël en ze nemen heel veel mensen gevangen. Die mensen moeten met de soldaten mee naar het land van koning Nebukadnessar. Naar Babylonië. Daar moeten ze voortaan wonen en werken. Ver bij Israël vandaan, ver bij hun stad Jeruzalem vandaan. Dat vinden ze heel erg. Het lijkt wel of ze nu ook heel ver bij God vandaan zijn. Daniël en zijn drie vrienden zijn ook naar Babylonië gebracht.
 
 
Ze zijn er al een poosje als er een man naar hen toekomt. Het is Aspenaz, een bewaker die voor de koning werkt. ‘Jullie moeten met me meekomen,’ zegt hij streng. ‘Want onze koning heeft jullie nodig.’ ‘Maar waarom dan?’ vraagt Daniël. ‘Wat wil de koning van ons?’ ‘De koning heeft slimme jonge mannen nodig om hem te helpen. En volgens mij zijn jullie behoorlijk slim, en jullie komen ook nog uit belangrijke families. Jullie mogen samen met een heleboel andere jonge mannen in het paleis komen wonen, en daar gaan jullie naar school. Drie jaar lang. De koning wil dat jullie onze taal goed leren spreken, zodat jullie onze boeken kunnen lezen. Want hij wil dat jullie alles over ons land en over onze geschiedenis weten. Dan kunnen jullie hem daarna goed helpen. O ja, en jullie krijgen voortaan precies hetzelfde eten als de koning. Lekker varkensvlees bijvoorbeeld. Dikke plakken ham. En speklapjes. En jullie mogen dezelfde wijn drinken als de koning drinkt.’ Daniël en zijn vrienden kijken elkaar aan. Ze willen best voor de koning werken. Ze willen best naar school. En ze vinden het geen probleem om in het paleis te gaan wonen. Maar worst eten? En ham en spek? Wijn drinken die de koning ook drinkt? ‘Sorry, meneer Aspenaz,’ zegt Daniël. ‘Dat kunnen we niet doen. God heeft ons volk speciale regels gegeven, en Hij heeft ook gezegd wat we wel en niet mogen eten. Dat eten van de koning is vast lekker, maar wij willen dat niet. En het drinken willen we ook niet. Wij eten alleen maar voedsel dat we mogen eten van onze God.’ Het is dapper van Daniël dat hij dat durft te zeggen. Want als de koning van Babylonië iets wil, dan moet je doen wat hij zegt. Anders krijg je straf. Aspenaz zucht. ‘Tja,’ zegt hij. ‘Dat wordt lastig. Ik weet niet wat de koning daarvan vindt. De koning heeft dit eten speciaal uitgezocht. Hij wil dat jullie gezond en sterk worden. Stel je voor dat jullie er mager en bleek en slap gaan uitzien doordat jullie andere dingen eten. Dan wordt hij boos. En dan krijg ik natuurlijk de schuld.’ ‘Weet u wat?’ zegt Daniël. ‘We doen gewoon een proef. Als u ons nou tien dagen lang alleen maar groente en water geeft. En dat we dan het eten en drinken van de koning niet nemen. Dan kijkt u daarna hoe we eruitzien. We hebben drie jaar de tijd, dus we kunnen het toch wel tien dagen proberen?’ ‘Goed dan,’ zegt Aspenaz. En hij zorgt ervoor dat Daniël en zijn vrienden alleen maar groente te eten krijgen. En ze krijgen water in plaats van wijn. Na tien dagen gaat Aspenaz weer naar de vier jonge mannen toe. Wauw! Wat zien Daniël en zijn vrienden er goed uit! Je kunt zo zien dat ze sterk en gezond zijn. Ze zien er zelfs nog sterker uit dan de andere jongens, die de ham en de worst en het spek eten van de koning hebben gegeten. ‘Geweldig!’ zegt Aspenaz. ‘Van mij mogen jullie blijven eten wat je wilt.’ ‘Dus alleen groente?’ zegt Daniël. ‘Alleen groente,’ zegt Aspenaz. Daniël en zijn vrienden gaan hard aan het werk. Ze leren lezen en schrijven in een vreemde taal. Ze lezen alle boeken uit de bibliotheek. Ze lopen hard en ze sporten om sterker te worden. Drie jaar lang. Na die drie jaar mogen ze een voor een bij de koning komen. De koning praat met alle jonge mannen die hebben meegedaan. Hij wil kijken wie er het best voor hem kunnen werken. Als de koning met Daniël en zijn vrienden gepraat heeft, is hij blij. Hij heeft zijn nieuwe helpers gevonden! ‘Die Daniël en zijn drie vrienden,’ zegt hij, ‘die kan ik goed gebruiken. Wat zijn die jongens slim, zeg. Veel slimmer dan de rest. Ze zijn zelfs tien keer zo slim als alle andere wijze mannen in mijn land. Ik neem ze in dienst. Ze kunnen naar me luisteren als ik een probleem heb, en dan kunnen zij me helpen om het op te lossen. Zij kunnen me helpen om mijn land op een goede manier te regeren. Dank je wel, Aspenaz. Je hebt goeie mannen voor me uitgezocht!’
 
Vragen:
- Hoe komt het dat Daniël en zijn vrienden in een ander land wonen? 
- Waarom willen ze het eten van de koning niet eten? 
- Wat willen ze wel eten? En wat drinken ze? 
- Hoe zien Daniël en zijn vrienden er na tien dagen uit in vergelijking met de andere jongens? 
- Waarom mogen Daniël en zijn vrienden helpers van de koning worden? 
- Wat heb je geleerd van dit bijbelverhaal?
 
Verwerking: Een vorstelijk buffet 
Wat zouden de kinderen kiezen als ze mochten zeggen wat ze vandaag willen eten?
Laat de kinderen op het bord tekenen wat zij zouden willen eten vandaag. 
De kinderen vertellen wat ze hebben gekozen en waarom. Hebben ze voor gezond voedsel gekozen? Of voor een mix van gezond en minder gezond? 
De kinderen laten hun bordje met het eten erop staan. 
Vertel dat in het bijbelverhaal Daniël en zijn vrienden ook kiezen voor bepaald voedsel. Zij willen leven volgens de regels van God en kiezen alleen voor eten dat past bij die regels.