Verhaal Zacharia 8:1-8 en 8:20-23 - Geef niet op!

De mooie stad Jeruzalem is helemaal kapot. Dat komt omdat er lang geleden oorlog is geweest. Soldaten van Babylonië hebben de gebouwen van Jeruzalem in brand gestoken, de muren laten instorten en veel mensen meegenomen naar hun verre land. De mensen moesten jarenlang in Babylonië blijven, maar nu mogen ze eindelijk weer terug naar hun eigen land: Juda. Charim is een van hen.

Hij is acht jaar. Charim is in Babylonië geboren, maar nu is hij samen met zijn vader en moeder meeverhuisd naar de belangrijkste stad van Juda: Jeruzalem. Het huis waar hij nu in woont is nog kapot door de oorlog, maar zijn vader heeft het dak weer gerepareerd, dus ze kunnen er weer in slapen. Charim speelt op dit moment vlak bij het huis met een bal die hij zelf gemaakt heeft. Hij heeft oude lappen stof met een touw bij elkaar gebonden en nu schopt hij die stoffen bal tegen de muur van hun huis aan. Bof. De bal botst tegen de muur aan en rolt weer terug naar zijn voeten. Charim schopt nog een keer, nu wat harder. De bal komt weer terug, maar Charim raakt de bal al niet meer aan. Hij gaat ernaast op de grond zitten en hij zucht. Het is saai om met de muur over te schoppen. Dit spelletje zou veel leuker zijn met zijn vriendje Zakkai, met Adin of met Chasum. Maar die zijn allemaal niet hier. Er zijn in Jeruzalem nog bijna geen kinderen om mee te spelen. Al Charims vrienden wonen nog in Babylonië. En met zijn vader en moeder kan hij ook niet voetballen. Die hebben het veel te druk met het herbouwen van de kapotte tempel in de stad. Charim pakt zijn bal op en loopt in de richting van het tempelplein. Misschien is daar wat te beleven. Langzaam sloft hij door de kapotte straten. Soms zou hij willen dat ze nooit waren verhuisd. Soms zou hij willen dat ze nog in Babylonië woonden. ‘Mensen!’ roept een stem in de verte. Charim kijkt op. Dat geroep kwam bij het tempelplein vandaan! Hij begint wat harder te lopen. Wat zou er aan de hand zijn? Charim tuurt voor zich uit. Er zijn veel mensen aan het bouwen in de verte, maar er loopt ook iemand tussendoor. Charim ziet al wie het is. Het is Zacharia, de profeet van God, hij is de man die roept. ‘Misschien denken jullie wel’, roept Zacharia, terwijl Charim in de richting van de profeet rent, ‘Jeruzalem wordt nooit meer zoals het was.’ Charim knikt, want wat de profeet zegt is precies wat hij dacht: Jeruzalem wordt nooit meer zo mooi als de stad van de verhalen van zijn vader. Maar de profeet ziet er eigenlijk niet uit alsof hij dat gelooft, want hij praat vol kracht, vol van hoop. ‘Maar mensen, geef de moed niet op, want God houdt van Jeruzalem. God zal weer voor de stad zorgen en er zelf komen wonen. De mensen komen terug uit Babylonië. Straks lopen er weer oude mensen vrolijk over dit plein, leunend op hun stok, en zijn de straten weer vol met spelende en lachende kinderen. Het komt goed!’ En Charim kan er niks aan doen, maar hij ziet het meteen voor zich. De tempel en de huizen in de stad zien er in zijn fantasie weer mooi uit en hij ziet zichzelf achter een echte bal aan rennen. En zijn vrienden rennen met hem mee... ‘Het gaat echt gebeuren,’ roept Zacharia vrolijk. ‘Jeruzalem wordt zo mooi dat zelfs mensen uit andere landen hiernaartoe komen en bij ons willen horen. Geef de moed niet op!’ Charim kijkt naar zijn bal. Hij merkt dat hij is gaan glimlachen door de woorden van de profeet. Misschien komt het echt wel goed met deze stad, want God houdt van Jeruzalem. Die woorden maken hem zo vrolijk dat hij de bal een harde schop geeft. Hij rent er meteen achteraan, want als zijn vrienden écht terugkomen moet hij snel gaan oefenen. Dan kan hij, voor hij het weet, weer samen met ze voetballen!

Vragen

- Wat zijn de bouwers aan het doen in de stad Jeruzalem?
- Wat zegt de profeet Zacharia tegen deze bouwers?
- Wat zal er in de straten en op de pleinen van de stad Jeruzalem weer te zien zijn, volgens Zacharia?
- Speel je liever buiten of binnen? Wat speel je graag buiten? En wat binnen?
- Als jij buiten speelt, waar speel jij dan het liefst? In een speeltuin, op een grasveld, in de tuin, op het balkon, op de stoep of misschien wel op de straat?
- Als jij in Jeruzalem zou wonen, bij God, welk spel zou jij dan graag willen spelen? Kun je ook vertellen waarom?

Verwerking; Volle straten in Jeruzalem
De profeet Zacharia profeteert dat de straten en pleinen van Jeruzalem weer vol zullen zijn met spelende kinderen. De kinderen helpen mee om de straten weer vol te krijgen, waarbij ze zichzelf niet moeten vergeten!
Wat heb je nodig? Het werkblad met Jeruzalem en het werkblad met spelende kinderen
En verder: viltstiften of kleurpotloden, scharen en lijm
Aan de slag: Kleur de spelende kinderen. Er is één kind leeg afgebeeld. Hierin mag je jezelf tekenen. Knip de figuurtjes uit en plak ze in de straten en op de pleinen van Jeruzalem. Herkennen jullie spelletjes? Zou er ook worden gespeeld als God bij de mensen woont? Welke spelletjes zouden dat zijn?

km2 1010

km2 1010